Daarom ben ik op zoek gegaan naar andere visies, die mij aan het denken zouden kunnen zetten. Barbara Koolen, 3e jaars rechtenstudent en Sara Boertjes, 1e jaars pedagogiek. De vraag: "Hoe ver kun je gaan op social media?" stond centraal. Barbara Koolen zal hierbij denken aan recht en wetgeving, Sara Boertjes houdt rekening met het psychologische aspect.
Barbara Koolen
![]() |
| Barbara Koolen |
Effectieve opsporing via social media
Social media kan zeker van toegevoegde waarde zijn voor onze samenleving. Het opsporen van misdadigers bijvoorbeeld, zoals dat bij de jongens uit Eindhoven is gedaan, juich ik toe. Dit is het bewijs dat een foto van de misdadigers via Facebook verspreiden een effectieve methode is. Ik merk ook bij mezelf dat het werkt: politieberichten komen bij mij wel binnen via sociale media (bijvoorbeeld Twitter), maar ik heb me niet aangemeld voor bijvoorbeeld een SMS-alert. Social media is vele malen toegankelijker, en daardoor komt de boodschap bij veel meer mensen aan.
Social media als bewijsmateriaal?
Ik denk dat in veel gevallen social media content niet gebruikt kan worden als bewijsmateriaal. Zo las ik laatst weer dat iemand ontslagen was vanwege een -op zijn zachts gezegd- negatieve tweet over zijn werk. Natuurlijk, het is niet erg slim van je om je werkfrustratie te uiten op Twitter, maar ik vind het een vreemde zaak dat iemand ontslagen kan worden aan de hand van één tweet. Ik geloof het zelfs niet eens. Een werknemer wordt over het algemeen erg beschermd, het lijkt me niet dat iemand aan de hand van slechts één tweet ontslagen kan worden, zoals de media ons wijs doet maken. Er moet meer aan de hand zijn geweest, of er moet sprake zijn geweest van continuïteit, maar op de nieuwssite klinkt de extreme situatie dat iemand ontslagen wordt aan de hand van een tweet natuurlijk veel interessanter.
Zelfde grenzen als in 'echte' leven
Een internetwetgeving lijkt niet gemakkelijk te realiseren. Het past ook niet bij de vrijheid en anonimiteit van het net. We moeten geen dergelijke strenge regels willen, want dan komen we in eenzelfde situatie als China of Cuba. Het beste is om als samenleving zelf een soort van balans te vinden tussen wat wel en niet kan en verder de huidige wetgeving toe te passen. De huidige wetgeving verandert hierbij mee met nieuwe ontwikkelingen op het gebied van social media en internet, omdat we nu nog niet kunnen zeggen tegen wat voor problemen we over tien jaar aanlopen.
Verschil in gebruik en ervaring social media
Ik zelf geniet volop van social media. Voor mij persoonlijk zitten er veel positieve kanten aan het gebruik ervan. Echter, vanuit mijn opleiding weet ik dat deze positieve ervaring niet voor iedereen geldt. Zo weet ik bijvoorbeeld dat er een verschil is in het social media gebruik per opleidingsniveau: hoger opgeleiden zijn meer op zoek naar informatie, terwijl lager opgeleiden meer gericht zijn op sociale acceptatie.
Vergelijken met anderen
Dit laatste is gevaarlijk, wat de groep lager opgeleiden meer kwetsbaar maakt, maar ook zeker wel zal voorkomen bij hoger opgeleiden. Sociale acceptatie gaat om het scoren van Facebook-likes, retweets en uitlokken van reacties. Wanneer iemand 32 likes krijgt op zijn nieuwe profielfoto en jijzelf 16 likes, kun je je behoorlijk lullig voelen. Daarnaast wordt je op de sociale netwerken steeds geconfronteerd met het 'leuke' leven van anderen. Iedereen probeert zichzelf online zo goed mogelijk te presenteren, wat soms een vertekend beeld van de werkelijkheid geeft, maar wat ook een hoop jaloezie kan opwekken.
Facebookdepressie: een serieus verschijnsel
Ik vind het dan ook niet raar dat er zich nieuwe ontwikkelingen voordoen zoals 'Facebookdepressies'. Sterker nog, ik neem dit zeer serieus. Ontstaat het niet al door het steeds vergelijken van jezelf met de geperfectioneerde weergeven levens van anderen op Facebook, dan wel door het gedrag van anderen naar een persoon toe via social media. Er wordt veel gepest via social media, omdat de grens veel lager ligt. Een lullige opmerking die online gegeven wordt komt echter wel net zo hard aan als in het echt. Vooral jongeren zijn zich hier niet altijd even bewust van.
Marlou Manders - conclusie
Vrijheid, blijheid?
Social media is vrijheid. Er is geen speciale internetwetgeving en er zijn lage sociale grenzen. Vrijheid blijheid, dacht ik altijd, maar vrijheid brengt ook negatieve aspecten met zich mee. Omdat er geen internetwetgeving is, kan er op het internet alles gebeuren. Je kunt (anoniem) mensen uitschelden, pesten en naar beneden halen. Je kunt jezelf beter/slimmer/knapper/anders voordoen dan in de werkelijkheid. Je kunt verhalen verzinnen, opblazen en verspreiden.
Kansen, maar ook valkuilen
Een aantal van deze mogelijkheden kunnen in de ogen van veel mensen erg positief zijn. Zo zijn de meeste mensen net als Barbara Koolen blij met de heksenjacht op de jongens uit Eindhoven. Ik denk echter dat een onschuldige Nederlandse jongen die dezelfde naam had als een van deze jongens, er minder blij mee was toen de namen over heel het internet verspreid werden. Mensen dachten namelijk dat híj een van de daders was, en er ontstond dankzij social media een groot misverstand.
De lage grenzen die Sara Boertjes noemt kunnen erg vervelend zijn met name voor kwetsbare groepen mensen. Mensen die zichzelf continu vergelijken met anderen zullen niet staan te juichen om de geweldige vakantie/festival/werkfoto's van anderen op Facebook. Jongeren die niet de populairste zijn van de klas, zullen eerder rotte opmerkingen via sociale netwerken ontvangen.
Social media beleid is noodzakelijk
Social media is in mijn ogen leuk, maar we zullen met zijn allen zoveel mogelijk bepaalde normen en waarden aan het web moeten hangen. We moeten onszelf een aantal vragen stellen: Waarmee kan ik iemand kwetsen? Hoe presenteer ik mezelf op sociale netwerken? Is het online web geschikt om al mijn gedachtes te uiten, en zo ja, hoe en waar doe ik dat? Een oplossing als social media voorlichting, zowel op scholen als bij bedrijven en organisatie (ja, pesten komt ook op de werkvloer voor), lijkt mij ook noodzakelijk om het web enigszins in de hand te houden. Een internetwetgeving: nee, een social media beleid: JA!
Ik zelf geniet volop van social media. Voor mij persoonlijk zitten er veel positieve kanten aan het gebruik ervan. Echter, vanuit mijn opleiding weet ik dat deze positieve ervaring niet voor iedereen geldt. Zo weet ik bijvoorbeeld dat er een verschil is in het social media gebruik per opleidingsniveau: hoger opgeleiden zijn meer op zoek naar informatie, terwijl lager opgeleiden meer gericht zijn op sociale acceptatie.
Vergelijken met anderen
Dit laatste is gevaarlijk, wat de groep lager opgeleiden meer kwetsbaar maakt, maar ook zeker wel zal voorkomen bij hoger opgeleiden. Sociale acceptatie gaat om het scoren van Facebook-likes, retweets en uitlokken van reacties. Wanneer iemand 32 likes krijgt op zijn nieuwe profielfoto en jijzelf 16 likes, kun je je behoorlijk lullig voelen. Daarnaast wordt je op de sociale netwerken steeds geconfronteerd met het 'leuke' leven van anderen. Iedereen probeert zichzelf online zo goed mogelijk te presenteren, wat soms een vertekend beeld van de werkelijkheid geeft, maar wat ook een hoop jaloezie kan opwekken.
Facebookdepressie: een serieus verschijnsel
Ik vind het dan ook niet raar dat er zich nieuwe ontwikkelingen voordoen zoals 'Facebookdepressies'. Sterker nog, ik neem dit zeer serieus. Ontstaat het niet al door het steeds vergelijken van jezelf met de geperfectioneerde weergeven levens van anderen op Facebook, dan wel door het gedrag van anderen naar een persoon toe via social media. Er wordt veel gepest via social media, omdat de grens veel lager ligt. Een lullige opmerking die online gegeven wordt komt echter wel net zo hard aan als in het echt. Vooral jongeren zijn zich hier niet altijd even bewust van.
Marlou Manders - conclusie
Vrijheid, blijheid?
Social media is vrijheid. Er is geen speciale internetwetgeving en er zijn lage sociale grenzen. Vrijheid blijheid, dacht ik altijd, maar vrijheid brengt ook negatieve aspecten met zich mee. Omdat er geen internetwetgeving is, kan er op het internet alles gebeuren. Je kunt (anoniem) mensen uitschelden, pesten en naar beneden halen. Je kunt jezelf beter/slimmer/knapper/anders voordoen dan in de werkelijkheid. Je kunt verhalen verzinnen, opblazen en verspreiden.
Kansen, maar ook valkuilen
Een aantal van deze mogelijkheden kunnen in de ogen van veel mensen erg positief zijn. Zo zijn de meeste mensen net als Barbara Koolen blij met de heksenjacht op de jongens uit Eindhoven. Ik denk echter dat een onschuldige Nederlandse jongen die dezelfde naam had als een van deze jongens, er minder blij mee was toen de namen over heel het internet verspreid werden. Mensen dachten namelijk dat híj een van de daders was, en er ontstond dankzij social media een groot misverstand.
De lage grenzen die Sara Boertjes noemt kunnen erg vervelend zijn met name voor kwetsbare groepen mensen. Mensen die zichzelf continu vergelijken met anderen zullen niet staan te juichen om de geweldige vakantie/festival/werkfoto's van anderen op Facebook. Jongeren die niet de populairste zijn van de klas, zullen eerder rotte opmerkingen via sociale netwerken ontvangen.
Social media beleid is noodzakelijk
Social media is in mijn ogen leuk, maar we zullen met zijn allen zoveel mogelijk bepaalde normen en waarden aan het web moeten hangen. We moeten onszelf een aantal vragen stellen: Waarmee kan ik iemand kwetsen? Hoe presenteer ik mezelf op sociale netwerken? Is het online web geschikt om al mijn gedachtes te uiten, en zo ja, hoe en waar doe ik dat? Een oplossing als social media voorlichting, zowel op scholen als bij bedrijven en organisatie (ja, pesten komt ook op de werkvloer voor), lijkt mij ook noodzakelijk om het web enigszins in de hand te houden. Een internetwetgeving: nee, een social media beleid: JA!

